Opbouw

1. Onderdelen

Het dagelijkse getijdengebed kent de volgende onderdelen: de Uitnodiging, de Lezingendienst, het Morgengebed (lauden), het Middaggebed (terts, sext en noon), het Avondgebed (vespers) en de Dagsluiting (completen). De Lezingendienst kan op elk tijdstip van de dag worden gebeden.

De Uitnodiging is gewoonlijk het eerste onderdeel van de dag. Die begint met de tekst “Heer, open mijn lippen en mijn mond zal Uw lof verkondigen” uit psalm 51. Dat is niet alleen om de stilte na de completen van de vorige dag te beëindigen, maar ook om Gods hulp te vragen bij het gebed. De Uitnodiging wordt meteen gevolgd door het Morgengebed. Of door de Lezingendienst, als men ervoor kiest de dag met dit gebed te openen. (Zie ook de gebruiksaanwijzing.)

2. Morgengebed

Het Morgengebed behoort met het Avondgebed tot de belangrijkste onderdelen van het getijdengebed. Ze gedenken respectievelijk de verrijzenis en het sterven van Christus. Het Morgengebed is een lofprijzing (lauden - laudate), bedoeld om de morgen te heiligen. De nieuwe dag wordt in de eerste plaats toegewijd en opgedragen aan God, en daarnaast wordt de verrijzenis van Christus herdacht en gevierd, als het ware in het licht van de opgaande zon. Dit komt terug in de inhoud van de diverse onderdelen, zoals in de hymne, waarmee het verdwijnen van de duisternis en de komst van het licht wordt bezongen. En in de psalmen, waarvan in de eerste de ochtend wordt genoemd als tijdstip om God te loven. Op de vrijdag echter is boetepsalm 51 (50) de eerste psalm, waarmee de traditie in ere wordt gehouden dat de opkomende zon ook staat voor de “doordringende blik van Christus, die aan Petrus bittere tranen van berouw ontlokt”, aldus Hermans, verwijzend naar de verloochening van Christus door Petrus (J. Hermans, Het getijdengebed, pag. 90). Kenmerkend voor de lauden is de evangelische lofzang van Zacharias (“Benedictus”) als hoogtepunt van dit gebed.

3. Middaggebed

Het Middaggebed (ook bekend als ‘Gebed overdag’) kan worden gebeden als terts, sext of noon, al naar gelang de tijd waarop het wordt gebeden het beste beantwoordt aan het derde, zesde en negende uur (bij ons negen, twaalf en drie uur overdag).
De uren verwijzen naar het lijden van Christus: de kruisiging op het derde uur, het overgegeven worden van Christus aan de dood en het vallen van de duisternis op zesde uur, en het sterven op het negende uur.

Een tweede duiding vormen heilsfeiten zoals vermeld in de Handelingen: op het derde uur werd de Heilige Geest uitgestort, op het zesde uur verrichtte Petrus het eerste wonderteken, en het negende uur “wordt gekenmerkt door gebed en in het bijzonder door de uitbreiding naar de heidenenmissie” (J. Hermans, Het getijdengebed, pag. 95). Door het Tweede Vaticaans Concilie werd bepaald dat men –behalve bij het kloosterlijk koorgebed –een van de drie gebedsuren kon uitkiezen (zie nr. 89 E van de constitutie Sacrosanctum Concilium) waarbij het karakter van elk klein uur behouden bleef door specifieke hymnen en gebeden voor “voor de middag” (terts), “op de middag” (sext) en “na de middag” (noon).

4. Avondgebed

Het Avondgebed is een dankzegging voor de voorbije dag, een gedachtenis aan de verlossing door Christus en aan zijn avondoffer bij het laatste avondmaal en op het kruis, en een gebed om de komst van Christus, “dat het licht opnieuw voor ons opgaat”, aldus kerkvader Cyprianus (†256/258). De lofzang van Maria uit het Evangelie volgens Lucas vormt het hoogtepunt van de vespers. In het slotgebed wordt elke vrijdag een zinspeling gemaakt op het lijden van Christus. In de oratie van maandag in de vierde week wordt een zin uit het verhaal van de Emmausgangers overgenomen: “Blijf bij ons, Heer, want het wordt avond en de dag loopt ten einde.”

5. Dagsluiting

De Dagsluiting wordt gebeden voor het slapengaan. Het is niet alleen een afsluiting van de dag, maar ook een gebed “om een persoonlijk goed levenseinde en een leggen van het eigen leven in Gods hand”een gebed “om de getijden te voltooien en zich aan God aan te bevelen” (J. Hermans, Het getijdengebed, pag. 116). In de mogelijkheid van een gewetensonderzoek dan wel een boeteritus is voorzien, maar die is niet verplicht gesteld. Hoogtepunt is hier de lofzang van Simeon uit het lucasevangelie.

Ten tijde van de heilige Benedictus van Nursia ontstond de gewoonte om na de dagsluiting niet meer te spreken. De eerste woorden klonken pas de volgende dag, en die luidden dan ook: “Heer, open mijn lippen” – nog steeds de woorden waarmee de Uitnodiging ’s morgens het getijdengebed begint.